De vampier Fenalik

❧ Dinsdag 13 februari 1923

 

Fenalik. Een daadwerkelijke vampier, die het op ons heeft voorzien — of in ieder geval op het Sedefkar Simulacrum. Alles wijst erop dat wij werkelijk te maken hebben met een wezen zoals beschreven in de overleveringen, en recent nog vereeuwigd in de populaire roman van Bram Stoker, inmiddels zo'n twintig jaar oud. Tot een directe confrontatie is het vooralsnog niet gekomen, maar ik vrees dat dat moment nabij is.

Ik ben er sterk van overtuigd dat hij ons al sinds Parijs volgt. Het lijkt aannemelijk dat hij ons spoor oppikte op het moment dat wij de eerste arm van het simulacrum opspoorden in Poissy, in de kelder van zijn oude villa. In Venetië ving ik een glimp van hem op, hoog boven in de klokkentoren, vlak voordat hij zich ogenschijnlijk in een vleermuis veranderde. Ook op andere momenten was zijn aanwezigheid voelbaar: de moorden in diezelfde stad, de getuigenissen van burgers, de tentoongestelde simulacrumdelen in onze treincoupé, en nu de recente gebeurtenissen in Sofia.

Steeds sterker krijg ik de indruk dat hij met ons speelde — ons misschien zelfs gebruikte om zijn werk voor hem te verrichten. Maar nu het artefact compleet is, lijkt de situatie te zijn veranderd. Het feit dat hij zelf direct achter het Sedefkar-hoofd aanging, sterkt mij in die gedachte. We moeten er ernstig rekening mee houden dat hij spoedig zal toeslaan. Het wordt dus hoog tijd ons tegen hem te wapenen.

Maar hoe bestrijdt men een vampier? Wat is waarheid, en wat slechts bijgeloof? De marionetten die wij aantroffen in de grotten van Iskur waren ongetwijfeld niet meer dan schaduwen van zijn eigen kracht — en zelfs zij bleken nagenoeg ongevoelig voor kogels. Toch beschikken we over enkele aanknopingspunten.

Knoflook lijkt mogelijk daadwerkelijk effect te hebben. Het bolletje dat op het hoofd was geplaatst, zal er niet zonder reden hebben gezeten. Tijd dus om onszelf — en de koffer met het artefact — rijkelijk te behangen met dit geurige gewas. Ook zonlicht acht ik een aannemelijke zwakte. De korte waarneming in Venetië vond weliswaar overdag plaats, maar de zon werd die dag aan het zicht onttrokken door een zwaar wolkendek. Alle overige gebeurtenissen speelden zich 's nachts of in diepe duisternis af.

Of een christelijk kruis bescherming biedt, blijft onzeker. Ik draag er zelf natuurlijk één, maar sluitend bewijs ontbreekt. Houten staken worden eveneens vaak genoemd. Of ze werkelijk werkzaam zijn weet ik niet, maar het lijkt mij verstandig er enkele mee te nemen — kogels lijken immers volstrekt nutteloos. Misschien dat ik er een aan het eind van mijn prothese kan schroeven?

Volgens de verhalen moet hij regelmatig terugkeren naar zijn grafkist, mogelijk gevuld met aarde uit zijn thuisland. Het is zelfs denkbaar dat deze kist met ons meereist in de Orient Express. Het wordt dus de hoogste tijd om — bij daglicht — onderzoek te doen aan boord.

Mogelijk bevat Unaussprechlichen Kulten kennis die ons verder kan helpen. Klaus besteedt de laatste dagen veel tijd aan het bestuderen van dat verdoemde boek; wellicht levert het ons bruikbare inzichten op. Zelf probeer ik terughoudend te zijn met het gebruik van mijn blasfemische magie, daar ik merk hoe mijn verstand met regelmaat wankelt onder de fluisteringen in mijn hoofd. Maar kan ik mij die voorzichtigheid veroorloven wanneer het erop aankomt?

Wat mij echter blijft steken, is dat wij nog altijd niet werkelijk begrijpen wat Fenalik met het Sedefkar Simulacrum beoogt. Welke macht denkt hij eraan te onttrekken? Zijn geschiedenis met het artefact voert terug tot de dagen van de Franse Revolutie, maar de reden voor deze eeuwenlange obsessie blijft mij vooralsnog volkomen duister. Misschien hebben wij aanwijzingen gemist, of verkeerd geïnterpreteerd — maar voorlopig tast ik in het duister.

En alsof dat alles nog niet genoeg is, hebben wij ook nog te maken met de cultisten van de Brothers of the Skin. Het lijkt erop dat Fenalik hen evenmin gunstig gezind is. Maar is de vijand van onze vijand werkelijk onze bondgenoot? Ik betwijfel het ten zeerste.